Lezingen

Zondag  1 november 2020 – Allerheiligen

Apok. 7, 2-4.9-14        Een ontelbare menigte
Mt. 5, 1-12a                De zaligsprekingen

Zaligsprekingen
Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. 
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
      “Zalig de armen van geest,
     want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
      Zalig de treurenden,
     want zij zullen getroost worden.
      Zalig de zachtmoedigen,
     want zij zullen het land bezitten.
      Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
     want zij zullen verzadigd worden.
       Zalig de barmhartigen,
     want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
       Zalig de zuiveren van hart,
     want zij zullen God zien.
       Zalig die vrede brengen,
     want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
        Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
     want hun behoort het Rijk der hemelen.
        Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt,
     vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: